1. Dagboek “Triest Relaas”

Adrianus Borstlap, Makassar, 1941-1945. Coll. nr. 112246

Adrianus Jacobus Petrus Borstlap wordt op 8 januari 1910 geboren in Rotterdam. Hij studeert medicijnen en behaalt in 1936 zijn artsendiploma in aan de Universiteit Leiden. In 1937 vertrekt hij als Officier van Gezondheid bij het KNIL naar Nederlands-Indië. In september 1941 wordt hij aangesteld als hoofd van de militaire ziekenzaal en Tweede Garnizoensarts te Manado op Celebes

Adrianus Borstlap verbleef van januari 1942 tot september 1945 in Japanse krijgsgevangenschap. Tijdens deze periode hield hij een dagboek bij waarin hij zijn ervaringen beschreef en dat hij illustreerde met tekeningen.

Over zijn dagboek schreef hij: "Triest Relaas" is mijn dagboekje. Het is maar klein, 10 bij 13 cm, maar telt 160 bladzijden van wit kastpapier, ingebonden in karton met een zwart linnenband. Het begint op 8 december 1941, de dag dat de oorlog uitbrak. Ik begon dit dagboek bij te houden toen ik in de gevangenis van Manado zat….”

Wil je door het dagboek bladeren en alle verhalen van Adrianus lezen? Klik dan op de volgende link naar onze collectiewebsite:

https://hdl.handle.net/21.12123/11445   

2. Houtsnijwerk “My daughter as I thought she looked like”

Adrianus Borstlap, Makassar,1944. Coll. Nr. 116105.

Johanna (Annie) Maria Borstlap -Lucas wordt geboren op 09 februari 1909 te Den Haag. Zij trouwt met Adrianus Jacobus Petrus Borstlap op 22 januari 1937 in 's-Gravenhage.

De vrouw van Adrianus, Johanna Maria Borstlap-Lucas, vertrok in januari 1942 met hun twee dochters per boot via Makassar naar Bandung. Zij was op dat moment hoog zwanger van hun derde kind. Later dat jaar  werden Johanna en haar inmiddels drie dochters geïnterneerd.

Tijdens zijn gevangenschap maakte Borstlap een beeldje van zijn jongste dochter Annemarie. Hij had haar tot dan toe nog nooit gezien; pas begin september 1945 ontmoette hij haar voor het eerst, tijdens een korte ontmoeting met zijn vrouw en zijn twee andere kinderen in kamp Tjideng. Snel na de eerste ontmoeting wordt het hele gezin definitief herenigd.

3. Herbarium met zaden verzameld in kamp Ambarawa

Elize Klazina Adriana Deys-Nelson, Ambarawa, 1942-1945. Coll. nr. 229228.

Elize Klazina Adriana (Els) Deys-Nelson werd geboren op 12 mei 1908 te Ngawi, Oost-Java. Als haar vader met pensioen gaat, vertrekt het gezin terug naar Nederland. In Nederland volgt Elize in Den Haag de opleiding tot onderwijzeres. Zij trouwt in 1930 met Frederik Hendrik Deys, waarna het stel meteen naar Nederlands-Indië vertrekken, daar worden 3 kinderen geboren.

Deze opbergdoos voor zaden is gemaakt door Eliza in kamp Ambarawa 6, barak 3, op Midden-Java. Eliza is dan geïnterneerd samen met haar drie kinderen, Henk, Bob en Els. De doos heeft ze gemaakt uit een mat van tiker, waarvan de zijkanten met geel en paars garen aan elkaar zijn gestikt. Om deze opbergdoos met inhoud te maken put ze uit haar voorraad kleurpotloden en garen, die naast hoeveelheid huiselijke spullen ook heeft meegenomen.

In de doos bevinden zich 32 kleine papieren envelopjes met zaden van groenten en bloemen. Op elk envelopje heeft ze een kleine pentekening van de plant op getekend en ingekleurd met kleurpotlood. Daarbij is de naam van de plant vermeld in het Nederlands, Indonesisch en/of Latijn. Onder begeleiding van moeder Elize maakte haar zoon Bob een eigen herbarium. Wil je weten hoe dat eruit ziet? Klik dan op de volgende link: https://hdl.handle.net/21.12123/266927

Eliza en haar kinderen hebben in het begin van de internering relatief veel ruimte in barak 3, en veel eigen bezittingen mee. Zij probeert de barak huiselijk mogelijk te maken met schilderijen, kleedjes en planten. Naar maten de tijd strijkt, komen er steeds meer mensen in het kamp en wordt de ruimte die ze hebben steeds kleiner.

4. Tekening “Hoe lang nog?”

Charles Burki, Bandung, 1942-1943. Coll. nr. 111688.

Charles Burki werd in 1909 geboren in Magelang op Java. Na de HBS vertrok hij naar Nederland, waar hij enkele jaren bouwkunde studeerde in Delft. In 1938 trouwde hij met Sophie Hoogendoorn.

Kort na hun huwelijk reisde het echtpaar naar Nederlands-Indië voor een familiebezoek. Ze waren van plan twee tot tweeënhalf jaar te blijven en in die tijd de terugreis naar Nederland te verdienen. Door het uitbreken van de oorlog veranderde alles. Beiden werden geïnterneerd door de Japanse bezetter.

Charles werd eerst geïnterneerd in Bandung en later overgebracht naar krijgsgevangenenkamp Fukuoka in Japan, vlak bij Nagasaki. Sophie verbleef in de vrouwenkampen Tjihapit en later ADEK.

Tijdens zijn gevangenschap maakte Charles een indrukwekkend getekend verslag van zijn ervaringen. De tekeningen die hij in het 15e Bataljon in Bandung maakte, begroef Charles zorgvuldig in de doorgang van een poortje. Daar hebben ze vier jaar lang verborgen gelegen, totdat ze na de oorlog weer werden opgegraven. De twee tekeningen van Charles die nu in deze vitrine te zien zijn, maakten deel uit van deze verzameling.

5. Tekening “Eten halen!”

Charles Burki, Bandung, 1942-1943. Coll nr. 112127.

6. Tekening “Keukencorvee”

Joke Broekema, Brastagi, 1942-1945. Coll. nr. 111662.

Joke Broekema werd in 1926 geboren en woonde te Medan. Zij kwam als 16-jarig meisje terecht in het kamp Brastagi (PSV) Noord-Sumatra, waar zij vroeger op het internaat had gezeten. Tijdens haar internering tekende zij voor een aantal moeders portretten van hun overleden kinderen. Ook Japanse officieren lieten zich portretteren. Haar voornaamste werk is een album, getiteld 'Voorheen en Thans', dat zij in Brastagi achterliet, toen zijzelf naar Aek Pamienke III werd overgebracht.

Keukencorvee in kamp Brastagi hield in dat gevangenen in de gaarkeuken moesten helpen met verplichte taken zoals het vuur aanmaken, water koken, groente schoonmaken en het uitdelen van schaarse voedselrantsoenen zoals rijst. Het eten werd bereid in grote voedseldrums.

7. Speelgoed schommel met een foto van twee meisjes 

Java, 1942-1945. Coll. nr. 237308.

De twee meisjes op de foto zijn de zusjes Franciska en Elisabeth Feekes. In november 1942 werden zij samen met hun moeder, Christina Elisabeth Feekes-Carrière, geïnterneerd in een vrouwenkamp in Malang. Hun vader, dr. Franciskus Henri Feekes, werd overgebracht naar het interneringskamp Boeboetan in Soerabaja.

De ouders van de twee zusjes maakte, in de tijd voor Japanse bezetting en internering, vaak cadeaus voor elkaar, waaronder deze handgemaakte schommel met een foto van hun dochters. Dit cadeau is meegenomen het kamp in en heeft meerdere kampen, waarin moeder Christina met haar dochters zaten, overleefd.

8. Viool vervaardigd uit de drempel van een celdeur

H.G.J. Holl, Pematang Siantar, ca. 1943. Coll. nr. 66432.

Henri Gerrit Johan Holl werd geboren op 10 november 1904 in Zutphen. In 1929 vertrok hij naar Nederlands-Indië, waar hij ging werken voor de Handelsvereniging Oost-Indië (H.V.O.I.). Een jaar later trouwde hij met Maria Hassebroek. Als het gezin Holl terug komt van groot verlof in 1939, gaan zij wonen op in op Sumatra eerst in Pdang en in 1941 verhuisd het gezin naar Sibolga.

Op 16 maart 1942 werd Henri Holl door de Japanse bezetter geïnterneerd en gevangengezet in Pematang Siantar, nabij Sibolga. Zijn vrouw was op dat moment in verwachting en vertrok met hun drie kinderen per auto naar Batavia. Daar werden zij geïnterneerd in vrouwenkamp Tjideng.

Henri Holl verbleef van 1943 tot 1946 als geïnterneerde in kamp Soengei-Sengkol, ten zuiden van Medan. Tijdens zijn gevangenschap maakte hij gebruik van zijn talent als houtbewerker. Naast poppenkast poppen vervaardigde hij op verzoek ook deze viool. Hij maakte het instrument van merantihout, vermoedelijk afkomstig uit een drempel van een celdeur. Het staartstuk is gemaakt van djatihout. De snaren zijn door de veldpolitie naar binnen gesmokkeld.

9. Geboortebeker

Kareës, 1943. Coll. nr. 232603

Deze beker is gemaakt in vrouwenkamp Kareës in Bandung, tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Het is gemaakt ter gelegenheid van de geboorte van J. van Genderen op 27 oktober 1943

De beker is versierd met kleine tekeningen. Langs de rand zijn afbeeldingen van kinderspeelgoed te zien. Ook staat er een mouwband op afgebeeld met het kampnummer 8088 J.vd.A.

 

10. Sandalen gemaakt door een buitenkamper

Annie Arendientje Frederique Jaspers, Jakarta, 1943-1944. Coll. nr. 232433.

Voor gezinnen die buiten de interneringskampen verbleven, was het dagelijks leven een voortdurende strijd om te overleven. Zonder inkomen en met steeds grotere tekorten raakten voorraden op. In de loop van 1943 was schoeisel niet meer verkrijgbaar.

Annie (toen 36 jaar) verbleef met haar gezin als buitenkamper in toen nog Batavia, Java en besloot zelf schoenen maken voor de verkoop. Doormiddel van stugge touwgaren stevig aan elkaar te naaien in de vorm van een zool, de bovenkant van de zool af te werken met een laag raffia en deze verder te voorzien van bandjes van restant stofjes; kreeg je touwschoenen. De klanten waren meestal Chinese vrouwen; het schoeisel werd individueel op maat gemaakt en, indien gewenst, werden de bandjes voorzien van een borduurwerkje.

 

11. Speelgoedbeer

Sumatra, 1942-1945. Coll. nr. 229615.

Deze speelgoedbeer was van Leendert Nicolaas (Nick) Reijers, geboren op 30 januari 1935 in Medan op Sumatra. Tijdens de Japanse bezetting werd Nick samen met zijn moeder, Charlotte Louise (Lot) Reijers-Roodenburg, en zijn broer Roeland geïnterneerd in kamp Poelau Brayan bij Medan.

Op 3 april 1944 worden Lot en Nick op transport gezet naar het vrouwenkamp Aek Paminke II, nabij Rantau Prapat Noord-Sumatra. Zijn broer Roel, werd in 1943 op 14 jarige leeftijd naar het mannenkamp Si Rengo Rengo Noord-Sumatra overgebracht.

Nick nam zijn speelgoedbeer mee naar beide kampen. Volgens de overlevering werd de beer ook gebruikt om kleine spullen het kamp in of uit te smokkelen. Het broekje van de beer maakte zijn moeder van een lap stof. Een ander stuk van dezelfde lap gebruikte zij om haar eigen jurk te herstellen.

Wil je weten hoe de jurk van de moeder eruitziet? Klik dan op de volgende link naar onze collectiewebsite: https://hdl.handle.net/21.12123/267804 

English 

1. Diary, Triest Relaas (A Sad Account)

Adrianus Borstlap, Makassar, 1941–1945. Collection no. 112246.

Adrianus Jacobus Petrus Borstlap was born in Rotterdam on 8 January 1910. He studied medicine and obtained his medical degree from Leiden University in 1936. In 1937, he left for the Dutch East Indies as a Medical Officer with the KNIL. In September 1941, he was appointed head of the military infirmary and Deputy Garrison Medical Officer in Manado on Celebes.

Adrianus Borstlap was held as a prisoner of war by the Japanese from January 1942 to September 1945. During this period, he kept a diary in which he described his experiences and which he illustrated with drawings.

He wrote of his diary: ‘Triest Relaas’ is my little diary. It is quite small, 10 by 13 cm, but contains 160 pages of white card stock, bound in cardboard with a black linen cover. It begins on 8 December 1941, the day the war broke out. I started keeping this diary whilst I was in prison in Manado….”

Would you like to browse through the diary and read all of Adrianus’s stories? Then click on the following link to our collection https://hdl.handle.net/21.12123/11445   

2. Wood carving, My Daughter as I Thought She Looked

Adrianus Borstlap, Makassar, 1944. Coll. no. 116105.

Adrianus Jacobus Petrus Borstlap was born in Rotterdam on 8 January 1910. He studied medicine and obtained his medical degree from Leiden University in 1936.  After Adrianus Borstlap marries Johanna (Annie) Maria Borstlap-Lucas (09 February 1909) January 1937, the newlyweds left immediately for the Dutch East Indies.

Adrianus’s wife, Johanna Maria Borstlap-Lucas, set off  beginning January 1942 with their two daughters by boat via Makassar to Bandung. At the time, she was highly pregnant with their third child. Later that year, Johanna and her three daughters were interned. During his imprisonment, Borstlap created an imaginary sculpture of his youngest daughter, Annemarie. He had never seen her before; it was not until early September 1945 that he met her for the first time, during a brief reunion with his wife and his two other children at Tjideng camp. Shortly after that first meeting, the whole family was reunited for good.

3. Herbarium with seeds collected in Ambarawa Camp

Elize Klazina Adriana Deys-Nelson, Ambarawa, 1942–1945. Coll. no. 229228.

Elize Klazina Adriana (Els) Deys-Nelson was born on 12 May 1908 in Ngawi, East Java. When her father retired from his job in the Dutch East Indies, the family returned to the Netherlands. In the Netherlands, Elize was trained as a primary school teacher in The Hague. She married Frederik Hendrik Deys in 1930, after which the couple immediately set off for the Dutch East Indies, where they welcomed three children.

This seed storage box was made by Eliza at Camp Ambarawa 6, barrack 3, in Central Java. Eliza was interned there with her three children, Henk, Bob and Els. She made the box from a tiker mat, the sides of which were stitched together with yellow and purple thread. To make this storage box and content, she made use of her supply of coloured pencils and thread, which she had brought with her along with a number of personal belongings.

Inside the box are 32 small paper envelopes containing vegetable and flower seeds. On each envelope, she has drawn a small pencil sketch of the plant and coloured it. The name of the plant is also written in Dutch, Indonesian and/or Latin.

Under his mother Elize’s guidance, her son Bob created his own herbarium. Would you like to see what it looks like? Then click on the following link: https://hdl.handle.net/21.12123/266927

At the start of their internment, Eliza and her children have a relatively large amount of space in barrack 3, and have brought many of their own belongings with them. She tries to make the barrack as homely as possible with paintings, rugs and plants. As time goes on, more and more people arrive at the camp and the space they have becomes increasingly limited.

4. Drawing, How Much Longer?

Charles Burki, Bandung, 1942–1943. Coll. no.  111688

Charles Burki was born in Magelang, Java, in 1909. After completing his HBS, he left for the Netherlands, where he studied architecture in Delft for several years. In 1938, he married Sophie Hoogendoorn.

Shortly after their marriage, the couple travelled to the Dutch East Indies to visit family. They planned to stay for two to two-and-a-half years and to earn enough money during that time to pay for their return journey to the Netherlands. The outbreak of war changed everything. Both were interned by the Japanese occupying forces.

Charles was first interned in Bandung and later transferred to the Fukuoka prisoner-of-war camp in Japan, near Nagasaki. Sophie was held in the women’s camps at Tjihapit and later at ADEK.

During his captivity, Charles produced an impressive illustrated journal of his experiences. Charles carefully buried the drawings he made whilst in the 15th Battalion in Bandung in the passageway of a small gate. They remained hidden there for four years, until they were unearthed again after the war. The two drawings by Charles now on display in this display case were part of this collection.

5. Drawing, Fetching Food!

Charles Burki, Bandung, 1942–1943. Coll. no. 112127.

6. Drawing, Kitchen Duty

Joke Broekema, Brastagi, 1942–1945. Coll. no. 111662.

Joke Broekema was born in 1926 and lived in Medan. As a 16-year-old girl, she ended up in the Brastagi (PSV) camp in North Sumatra, where she had previously attended the boarding school. She drew portraits of their deceased children for a number of mothers. Japanese officers also had their portraits drawn. Her most significant work is an album entitled ‘Then and Now’, which she left behind in Brastagi when she herself was transferred to Aek Pamienke III.

Kitchen duty at Brastagi camp involved prisoners helping out in the canteen with compulsory tasks such as lighting the fire, boiling water, cleaning vegetables and distributing meagre food rations such as rice. The food was prepared in large food drums.

7. Toy swing with a photograph of two girls on a swing

Java, 1942–1945. Coll. no. 237308

The two girls in the photograph are sisters Franciska and Elisabeth Feekes. In November 1942, they were interned, together with their mother, Christina Elisabeth Feekes-Carrière, in a women’s camp in Malang. Their father, Dr Franciskus Henri Feekes, was transferred to the Boeboetan internment camp in Surabaya.

Before the Japanese occupation and internment, the parents of the two sisters often made gifts for one another, including this handmade swing featuring a photograph of their daughters. This gift was taken into the camp and survived several camps where their mother, Christina, was held with her daughters.

8. Violin made from the threshold of a prison cell door

H.G.J. Holl, Pematang Siantar, c. 1943. Coll. no. 66432.

Henri Gerrit Johan Holl was born on 10 November 1904 in Zutphen. In 1929, he left for the Dutch East Indies, where he went to work for the East Indies Trade Association (H.V.O.I.). A year later, he married Maria Hassebroek. When the Holl family returned from an extended leave in 1939, they settled in Sumatra, first in Pandang, and in 1941 the family moved to Sibolga.

On 16 March 1942, Henri Holl was interned by the Japanese occupying forces and imprisoned in Pematang Siantar, near Sibolga. His wife was pregnant at the time and set off by car with their three children for Batavia. There, they were interned in the Tjideng women’s camp.

From 1943 to 1946, Henri Holl was held as an internee at Soengei-Sengkol camp, south of Medan. During his imprisonment, he put his talent as a woodworker to good use. As well as making puppets for a puppet theatre, he also crafted this violin on request. He made the instrument from meranti wood, presumably taken from the threshold of a cell door. The tailpiece is made of teak. The strings were smuggled in by the camp police.

9. Birth cup

Kareës, 1943. Collection no. 232603.

This cup was made in the Kareës women’s camp in Bandung, during the Japanese occupation of the Dutch East Indies. It was made to mark the birth of J. van Genderen on 27 October 1943

The cup is decorated with small drawings. Along the rim are depictions of children’s toys. It also features an armband with the camp number 8088 J.vd.A.

10. Sandals  made by a buitenkamper

Annie Arendientje Frederique Jaspers, Jakarta, 1943–1944. Coll. no. 232433.

For families living outside the internment camps, daily life was a constant struggle for survival. With no income and ever-increasing shortages, supplies were running out. By 1943, footwear was no longer available.

Annie (then aged 36) lived with her family as an ‘outside camper’ in what was then Batavia, Java, and decided to manufacture shoes herself to sell. By sewing stiff twine firmly together to form a sole, finishing the top of the sole with a layer of raffia and adding straps made from scraps of fabric, she produced twine shoes. Her customers were mostly Chinese women; the shoes were made to measure for each individual and, if desired, the straps were embellished with a little embroidery.

11. Toy teddy bear

Sumatra, 1942–1945. Coll. no. 229615.

This teddy bear belonged to Leendert Nicolaas (Nick) Reijers, born on 30 January 1935 in Medan, Sumatra. During the Japanese occupation, Nick was interned, along with his mother, Charlotte Louise (Lot) Reijers-Roodenburg, and his brother Roeland (Roel), at the Poelau Brayan camp near Medan.

On 3 April 1944, Lot and Nick were transported to the Aek Paminke II women’s camp, near Rantau Prapat in North Sumatra. His brother Roel had been transferred to the Si Rengo Rengo men’s camp in North Sumatra in 1943, at the age of 14.

Nick took his teddy bear with him to both camps. According to the family story, the bear was also used to smuggle small items in and out of the camp. His mother made the bear’s trousers from a piece of fabric. She used another piece of the same fabric to mend her own dress.

Would you like to see what his mother’s dress looks like? Then click on the following link to our collection website:  https://hdl.handle.net/21.12123/267804