Diana de Wild
In de bronstijd ontdekten de inwoners van het Nabije Oosten dat je van zand, kalksteen en soda een nieuw materiaal kon maken: glas. Vanaf 2000 v.Chr. gebruikten zij glazen plaatjes als inlegwerk van sieraden. Vanaf 1700 v.Chr. werd het voor het eerst mogelijk om kleine flesjes te maken van glas. De Egyptenaren leerden ook met dit bijzondere materiaal te werken. Glazen voorwerpen waren in die tijd zeer kostbaar.
Glas werd pas goedkoper, toen de techniek van het glasblazen in de eerste eeuw v.Chr. uitgevonden werd. Sinds die tijd maakten de Romeinen grote flessen en zelfs urnen van glas. Het prachtige glazen vaatwerk en de mooie sieraden van glas, die in de oudheid gemaakt werden, staan centraal in deze lezing.
Aan het begin van de lezing laat Diana zien hoe in deze tijd glas gemaakt wordt. Dat is niet alleen in een glasblazersoven. Het is ook mogelijk om glas aan elkaar te laten smelten in een magnetron met behulp van een hotpot. Dit heet glasfusing. Zij zal voorbeelden van haar eigen glasfusewerk meenemen.